vrijdag 25 september 2015 Twintig vragen over obesitas en diabetes

Obesitas en diabetes gaan vaak hand in hand. Vakblad 'Diabetespro' sprak hierover met François van Dielen, één van de bariatrisch chirurgen van Obesitas Centrum Máxima. Lees hier het volledige artikel.

 
Bariatrisch chirurg Van Dielen obesitas centrum maxima eindhoven
 

1. Kunt u een definitie geven van morbide obesitas?
Morbide obesitas is gedefinieerd puur op basis van BMI. Morbide obesitas, ook wel zwaarlijvigheid genoemd, is een BMI van 40-50 Kg/m2. Maar vaak wordt gesproken van morbide obesitas als de BMI meer is dan 40 kg/m2.

2. Wat is de prevalentie van morbide obesitas?
De prevalentie van morbide obesitas is ongeveer 1.5 procent.

3. Komt morbide obesitas ook voor bij kinderen?
Ja, maar de precieze cijfers zijn mij niet bekend. Van obesitas bij kinderen op zich is wel veel bekend. De prevalentie van obesitas is in de periode 1980-2009 geste­gen van 0,3 naar 1,8 procent bij jongens en van 0.5 naar 2,2 procent bij meisjes. Obesitas bij kinderen hangt samen met een verhoogd risico op chronische ziekten zoals diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten, ademha­lingsproblemen en diverse psychosociale problemen. Bovendien hebben obese kinderen grote kans obese volwassenen te worden en is obesitas in de kindertijd voorspellend voor gezondheidsproblemen later in het leven. Behalve een negatief effect op gezonde levensjaren en kwaliteit van leven, leidt kinderobesitas ook tot substantieel hoger zorgverbruik en zware financiële lasten voor de maatschappij.

4. Is bekend hoeveel adolescenten diabetes mellitus type 2 hebben?
Hier is weinig over bekend, maar er zou een enorme toename zijn van kinderen/adolescenten met diabetes type 2. In een studie van Rotteveel et al., 2007 bleek dat kinderartsen in twee jaar tijd (2003-2004) bij 1.062 adolescenten diabetes diagnos­ticeerden. Van hen hadden er 22 diabetes type 2, dat is 2 procent.

5. Welke factoren spelen een rol bij het ontstaan van morbide obesitas?
Dat is moeilijk te zeggen. De oorzaak van morbide obesitas is multifactorieel; zowel gedrag, omgeving en genetische factoren spelen een rol. Welke precies is tot op heden onbekend.

6. Wat veroorzaakt de vroege sterfte?
De comorbiditeiten bij morbide obesitas dragen bij aan eerder overlijden.

7. Welke comorbiditeit ziet u bij morbide obesitas?
Hart en vaatziekten (ongeveer 50 procent). Diabetes type 2 (15-20 procent met ongeveer 40 procent impaired glucose tollerance). En ernstig obstructief slaap­apneusyndroom (OSAS) (ongeveer 10 procent). Dit zijn de belangrijkste.

8. Welke behandelingen worden ingezet?
Er zijn in Nederland twee ingrepen die met name worden uitgevoerd, de gastric bypass (ongeveer 80-85 procent van alle ingrepen in Nederland) en de gastric sleeve (ongeveer 15 procent). Op zeer kleine schaal wordt een biliopancreatische diversie of duodenal switch uitgevoerd. Dit zijn zeer ernstige malabsorptieve operaties, er zal in dit stuk niet op worden ingegaan. De gastric bypass kenmerkt zich door niet alleen een verkleining van de maag maar tevens een ‘bypassen’ van een stuk darm met als doel om minder voeding op te nemen. De gastric sleeve is een echte maagverkleining. Er wordt een soort buismaag gemaakt van je maag.

9. Wat is de meest effectieve behandeling?
De gastric bypass is nog de gouden stan­daard en kent de langste follow up. Er zijn maar weinig studies die beide operaties met elkaar vergelijken. De gastric bypass is in vergelijking tot de gastric sleeve het meest effectief bij diabetes mellitus type 2.

10. Wat is het doel van bariatrische chi­rurgie en welke indicaties voor chirurgie zijn er?
Het doel is permanent gewichtsverlies om zo het gezondheidsrisico door comorbiditeiten te reduceren. Kortom: verbeteren van kwaliteit van leven alsook verbeteren van de levensverwachting. De Indicaties zijn BMI > 40 of BMI > 35 met comorbiditeiten.

11. Kunt u wat meer vertellen over kinderbariatrie?
Kinderbariatrie is in Nederland alleen maar toegestaan in studieverband. Er is op dit moment nog redelijk weinig ervaring met het opereren van adoles­centen. Steeds meer data suggereren een eenzelfde effect als bij volwassenen. Dus bariatrische chirurgie bij adolescen­ten lijkt even veilig en effectief en tot even veel gewichtsverlies en verbetering van de metabole status en kwaliteit van leven te leiden. Dit zijn allen nog kortetermijnresultaten en het wachten is op de lange­termijnresultaten om adequaat de indica­ties en beperkingen te kunnen definiëren van bariatrische chirurgie bij kinderen.

12. Waar worden kinderen geopereerd, onder welke condities en indicaties?
In Nederland wordt op dit moment slechts in één ziekenhuis bariatrie bij adolescen­ten tussen veertien en achttien jaar uitge­voerd, te weten het MUMC in Maastricht. De operaties worden uitgevoerd door één bariatrisch chirurg: door mij dus.

13. Welke voorbereidingen moeten er worden getroffen vóór een operatie?
Patiënten worden eerst in het Maxima Medisch Centrum gescreend door een diëtist, psycholoog en fysiotherapeut om te beoordelen of de patiënten in staat zijn om de operatie te ondergaan. Als de patiënten een goedkeuring hebben, krijgen ze tot het moment van operatie een aantal sessies bij de diëtist, psycholoog en fysiotherapeut, ter voorbereiding op de operatie. Daarnaast starten ze twee weken voor de operatie in het MMC met Modifast. Het doel hiervan is om het levervolume te verkleinen, dit vergemakkelijkt voor de chirurg de operatie (wetenschappelijk bewezen).

14. Welke complicaties kunnen op korte termijn optreden?
Het grootste risico is de naadlekkage. Dit komt in Nederland 0-1.4 procent voor. In het MMC was het vorig jaar 0 procent. Tevens kan een longembolie voorkomen (in Nederland ongeveer 0.4 procent, MMC 0 procent in 2014). Daarnaast wordt wel eens een reoperatie middels laparoscopie verricht om te beoordelen of er misschien een naadlekkage is (als de patiënt niet goed opknapt, of bij een verdenking op een nabloeding bijvoorbeeld). Dit gebeurt in Nederland in 2.9-5.2 procent. In het MMC in ongeveer 1.9 procent.

15. Wat zijn de resultaten?
Met een gastric bypass vallen patiënten in het eerste jaar ongeveer 35-40 procent van hun totale gewicht af. In de loop van tien jaar is dit ongeveer nog 30 procent. De sleeve lijkt voor de eerste drie jaar eenzelfde gewichtsverlies te vertonen, langetermijnresultaten (tien jaar) zijn nog maar beperkt voorhanden. Een verder zeer belangrijk aspect van de bariatrische chirurgie is het effect op de comorbiditei­ten. Ongeveer 85 procent van de patiënten is (in ieder geval na een jaar) af van medicatie voor de diabetes. In ongeveer 65-70 procent van de gevallen hebben de patiënten na een jaar geen medicatie meer voor de hypertensie. Slaapapneusyndroom is in ongeveer 85 procent van de gevallen verdwenen.

16. Wat zijn de risico’s op lange termijn?
Bij de sleeve kan reflux ontstaan vanwege hoge drukken in de sleeve. Daarnaast ontwikkelt ongeveer 50 procent van de patiënten met zowel een sleeve als een gastric bypass galstenen. Bij 5-10 procent van de patiënten ontstaan vitaminetekorten. Specifieke risico’s op de lange termijn voor de gastric bypass zijn het ontwikkelen van een marginal ulcer of stenose van de anastomose (2-8 procent), een inwendige herniatie (1-2 procent) en dumping in meer of mindere mate (tot 20 procent).

17. Welke controles zijn nodig na de operatie?
Na de operatie wordt op gezette tijden vitamines, Ferro en verschillende elektro­lyten bepaald, om de kans op ontsporing hiervan te verkleinen. Ook worden de patiënten in het MMC vijf jaar lang begeleid door diëtist, fysiotherapeut en indien nodig door de psycholoog.

18. Wat is het effect op de kosten?
In de literatuur is aangetoond dat tussen de twee en vijf jaar na de operatie deze al is terugverdiend als gevolg van een sterke reductie in de comorbiditeiten van de patiënten. De operatie is dus enorm kosteneffectief. Daarnaast is ook bewezen dat de operatie een sterk positief effect heeft op de kwaliteit van leven.

19. Hoe wordt het effect van de operatie bepaald door het traject eromheen?
Langdurige begeleiding is bewezen beter voor een goed, blijvend gewichtsverlies. Patiënten moeten leren een lifestyleverandering te realiseren en te behouden. Hiervoor is begeleiding noodzakelijk.

20. Welke nieuwe ontwikkelingen zijn er?
In het MMC is sinds ongeveer een jaar e-coaching ingevoerd. Dit is uniek in Nederland voor bariatrische patiënten. E-coaching maakt het mogelijk de pati­ënten niet alleen onderling in contact te brengen met elkaar, maar ook met de be­handelaars. Daarnaast kunnen de patiën­ten online volgen wat er wanneer van hen verwacht wordt in hun eigen na-traject. Bij problemen kunnen de patiënten con­tact zoeken. Verder wordt er veel onder­zoek gedaan naar de endobarrier en wordt veel geprobeerd endoscopische reducties van de maag uit te voeren. Met name dit laatste staat nog erg in de kinderschoe­nen. Toepassingen op grote schaal zal nog jaren op zich laten wachten.

Wilt u een afspraak maken of heeft u vragen?

Obesitas Centrum Máxima
(040) 888 85 52

Online afspraak maken
Afsprakenformulier bariatrie

Openingstijden
Maandag tot en met vrijdag
08.30 uur tot 17.00 uur

Routebeschrijving